'Politieke architectuur’: fundamentele keuzes maken

De architect als moderator van het maatschappelijk debat: voorstellen van keuzes, uitdiepen van alternatieven, de doeleinden met de middelen confronteren.

Publieke architectuur heeft sterke politici nodig Het communicatieve luik van de ontwerpfase is niet alleen iets tussen opdrachtgever en architect. De gemeenschap - wij noemen hem graag de tweede opdrachtgever - dient meegenomen te worden in een ‘politieke’ discussie rond maatschappelijke waarden en visies. De architect wordt alzo, waar het de publieke ruimte betreft, moderator van het maatschappelijk debat: voorstellen van keuzes, uitdiepen van alternatieven, de doeleinden met de middelen confronteren.
De architect beslist niet, maar stelt voor en structureert het debat. Uiteindelijk staat dit weer haaks op het idee van beeld-architectuur: een gebouw is niet alleen een plaatje, maar moet de politieke keuzes van een gemeenschap uitdrukken en consolideren. Het is de ‘monumentale’, representatieve afmeting van een project: elk gebouw is ook een collectief statement, en het is essentieel dat het ook door die gemeenschap ‘gedragen’ wordt. ‘Sterke’ politici, die zich ook echt door het volk gemandateerd voelen, zijn daarin betere gesprekspartners. Stedenbouw en architectuur hebben behoefte aan, en verdienen ook, een ‘sterk’ beleid dat op lange termijn durft te denken.

“De psychologische begeleiding van de opdrachtgevers is maar het embryo van het maatschappelijk debat en gaat naar de fundamenten van democratische besluitvorming. Het gaat er niet om dat elk detail een consensus moet krijgen, of dat er over van alles en nog wat moet worden gepalaverd of gestemd. Veeleer is het bevragen van de opdrachtgever en de bijkomende actoren gericht op collectieve bewustwording rond thema’s, motieven, doeleinden, wensvoorstellingen … die gradueel of soms met sprongen duidelijk worden, ook bij die opdrachtgever zelf. Architectuur van de publieke ruimte gaat in laatste instantie over collectieve keuzes en over politieke bewustwording.” (‘Passione Urbana’: II-4. ‘Architectuur van de mensenstad: van theorie tot manifest’)